Een kennisbank met ervaringen van oefeningen en van daadwerkelijke rampen zal een beter inzicht kunnen geven in de realiteit van grote ongevallen, branden en rampen. Oefeningen kunnen daardoor efficiënter worden. Dit stelt prof. mr. Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, in zijn openingstoespraak op het symposium “Oefenen: zin of onzin?” van het Traumacentrum West-Nederland op 25 maart in Leiden.
In de Arbo-regelgeving is vastgelegd dat het houden van oefeningen noodzakelijk is om voorbereid te zijn op bijvoorbeeld branden. De praktijk laat echter zien dat hier vaak weinig van terecht komt. Oefeningen zijn soms tijdrovend en duur voor de organisatie of onderneming. Ook kan het zijn dat oefeningen lastig zijn uit te voeren, een oefening in een ziekenhuis is bijvoorbeeld aanzienlijk ingewikkelder dan in een kantoorpand. Ze worden ook niet altijd als nuttig ervaren.
Bron: persbericht