De gezondheidszorg heeft in toenemende mate te maken met chronische gezondheidsaandoeningen. Zorgwekkend is dat deze levensstijl, grofweg samengevat als te veel en eenzijdig eten, te weinig bewegen, vaak ook te veel stress in combinatie met roken en alcohol drinken, zich in sneltreinvaart verbreidt. In de geestelijke gezondheidszorg worden mensen, bij een groot deel van de stoornissen, met name behandeld met pillen en praten. Fysieke activiteiten blijken echter preventief en curatief een grote bijdrage te kunnen leveren aan de gezondheid.
Het boek Pillen, praten, doen gaat in op de achtergronden van de bewegingsarmoede die deze levenswijze met zich meebrengt, alsook de gevolgen die dit heeft voor de lichamelijk een geestelijke gezondheid. Het maakt inzichtelijk op welke wijze fysieke activiteit gunstig werkt op de psyche en op welke wijze de geestelijke gezondheidszorg kan bevorderen dat haar cliënten meer gaan ‘bewegen’.