De kwaliteit van zorg in Nederland is op veel onderdelen hoog, maar internationaal excelleren we niet. Nederland heeft een toegankelijk zorgsysteem en burgers en zorggebruikers zijn positief over de geboden zorg. Wel zijn er verschillen tussen de onderdelen. De coördinatie en afstemming in de zorg en de patiëntveiligheid scoren relatief laag. De doelmatigheid van de zorg in Nederland blijkt nog niet optimaal en kwaliteit is geen sturende factor. Een punt van aandacht is de beschikbaarheid van voldoende verplegend en verzorgend personeel. De zorguitgaven stegen sinds 2004 jaarlijks met 5%,dit is vergelijkbaar met de ons omringende landen. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de tweede Zorgbalans, de nationale monitor van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg, van het RIVM.
Wat betreft doelmatigheid neemt Nederland een middenpositie in. Er zijn landen waarin minder mensen onnodig sterven aan aandoeningen, terwijl die landen even veel geld aan de ezondheidszorg uitgeven als Nederland. De Scandinavische landen hebben een lagere ziekenhuissterfte: daar sterven minder mensen binnen 30 dagen na een ziekenhuisopname na een acuut hartinfarct, hersenbloeding of herseninfarct. In Nederland is het aandeel vermijdbare ziekenhuisopnames laag, wel is de duur van de ziekenhuisopnames nog tamelijk lang. Bovendien zijn er onnodig grote verschillen in opnameduur tussen ziekenhuizen. De meerderheid van de huisartsen schrijft medicijnen voor volgens de richtlijnen (66%), maar er zijn hierin duidelijke verschillen tussen artsen. De coördinatie van zorg kan beter. Zo is bij minder dan 50% van de mensen die meerdere medicijnen op recept gebruiken, in het afgelopen jaar de totale medicatie met een zorgverlener doorgenomen.
De Nederlander oordeelt positief over de gezondheidszorg; 90% van de patiënten is tevreden over de huisarts en de specialist. Het vertrouwen in het zorgsysteem is lager dan het vertrouwen in de zorg zelf. Het percentage mensen dat vindt dat het zorgsysteem goed unctioneert, verschilt nauwelijks voor en na de stelselwijziging (45% en 42%). Zes van de tien mensen heeft er alle vertrouwen in dat als ze ernstig ziek worden, er uitstekende en veilige zorg wordt verleend. Slechts 5% heeft hier weinig of geen vertrouwen in. Het consumentenvertrouwen verschilt sterk tussen de verschillende sectoren. Het laagst blijkt het vertrouwen in de geestelijke gezondheidszorg, de verpleeghuizen en de verzorgingshuizen. Tussen 2004 en 2006 is het vertrouwen in alle sectoren licht gedaald. Het vertrouwen in samenwerking binnen de zorg ligt onder de 50%.
De wijziging van het stelsel – begin 2006 – heeft niet aantoonbaar geleid tot veranderingen in de overall kwaliteit, toegankelijkheid en kosten van de zorg op macroniveau. De zorgverzekeraar koopt vooral gezondheidszorg in op prijs en is niet kritischer op kwaliteit dan in 2004. Op dit moment is de kwaliteit van de zorg onvoldoende transparant.